Buurtoren

inleiding | historie | klokken

De geschiedenis van de Buurtoren is nauw verbonden met die van de klokken. Al in 1253 ging bij een stadsbrand de Buurtoren en al haar klokken verloren. Dit was nog de oude Buurtoren. Klokken zullen steeds hergoten zijn. De huidige Banklok heeft zeker vier voorgangers gehad.

Waarschijnlijk werd op 15 augustus 1369 voor de Buurtoren de eerste steen gevleid. Archiefstukken gingen over dat jaar verloren, maar in 1370 wordt aan de 'nieuwe toren' gewerkt die als gepland 90 meter hoog zou gaan worden, als verkleinde kopie van de Domtoren. Aangenomen mag worden dat meester Jan van den Doem als bouwmeester optrad. In verschillende fasen werd de toren opgetrokken tot rond 1420 de bouw tot stilstand kwam ... Pas toen de toren ongeveer 20 meter hoogte had bereikt werden de klokken van de oude overgeplaatst naar de nieuwe toren. Daarna werd de oude toren afgebroken en de kerk tegen de huidige toren aangebouwd. Tijdens de verdere torenbouw werden de klokken steeds mee 'omhoog genomen'.

In de Buurtoren hangen vanouds kerkelijke én stedelijke luidklokken. De Banklok is de belangrijkste klok van de stedelijke overheid, haar gebruik is verbonden met de stedelijke vrijheid. De klok luidde bij storm (waarbij de weerbare mannen zich moesten verzamelen) en brand. Daarnaast had de klok een rol bij afkondigingen van besluiten en vonnissen, zonder klokslag waren ze ongeldig. Tegenwoordig roept de klok op tot raadsvergaderingen. Bovenin de toren hangt een kleine Waak-Raads of Kermisklok, deze klok luidt dagelijks, 's ochtend en 's avonds, symbolisch, oproepend tot opening of sluiting van de stadspoorten. De torenomloop was tot 1912 bemand door stadswachters die bij brand een lantaarn uithingen en ter alarm de klok moesten luiden.

Tijdens de bouw van de Buurtoren bestond het kerkelijk gelui uit drie grote en twee kleine klokken. Pas in 1534 kwam er een definitieve klokkenstoel en ging men geleidelijk de 15de eeuwse klokken vervangen door nieuwe exemplaren die soms groter en zwaarder waren. Uiteindelijk hingen er vanaf 1556 zes klokken, vier grote, twee kleine. Vanaf rond 1680 begint de 'aftakeling' van het gelui. In 1942 verlaat de laatste kerkklok de toren... Alleen de Banklok bleef achter. Met veel moeite keerden in 2002 drie originele Buurklokken weer terug. Nog altijd bevinden twee originele klokken zich elders... weer twee andere klokken gingen in de loop der eeuwen verloren.

Inmiddels bestaat het kerkgelui uit vier klokken waaronder de nieuwe Bertkenklok die in 2004 in oude stijl werd vervaardigd ter vervanging van een verdwenen klok. De jeugdleden van het UKG zijn voornemens met twee kleine klokken het Buurkerkgelui te completeren.

Verder vindt U nadere info betreffende de klokken, hun afmetingen en gebruik.

SvGeuns 2016

 

 

gepubliceerd/gewijzigd 13 april 2016 (server-tijd: 0,0192 s)

 
   
Utrechts Klokkenluiders Gilde contact | email | 06 1292 9894