Domtoren

inleiding | historie | klokken

Overbodig is te zeggen dat de Domtoren ooit deel uitmaakte van de Maartensdom, de kathedraal van het Bisdom Utrecht in de middeleeuwen. Op 26 juni 1321 werd de eerste steen gelegd van de Domtoren. Al in 1328 werd de Michaëlskapel gewijd. De bouw lag daarop 14 jaar stil. Pas vanaf 1342 werd er weer verder gewerkt tot dat in 1382 de toren werd voltooid. Doorgaans hebben kathedralen een westelijk twee-torenfront. Ruimtegebrek leidde in Utrecht tot de bouw van slechts één toren, maar die werd dan uitzonderlijk groot en men kon er als gevolg daarvan vele grote klokken in kwijt.

De Domtoren, uniek in zijn architectuur, herbergt thans 14 luidklokken en twee demonstratie-luidklokken (in de Egmondskapel), een carillon van 50 klokken waarvan 34 van Hemony, een speeltrommel van Jurriën Spraeckel uit 1666, en een uurwerk van Borrel uit 1859. Daarmee zouden we bijna de kinder-beiaard van 20 klokken vergeten .

De geschiedenis van de klokken is zeer uitgebreid, klokken komen, klokken gaan ... hieronder een korte samenvatting van de belangrijkste feiten.
Al tijdens de bouwtijd hingen er klokken in de toren. Rond 1350 werd de Costverlorenklok gegoten, welke 18.000 pond heeft gewogen en daarmee de zwaarste klok was in de Lage Landen.

In de loop der 15de eeuw neemt de klokgietkunst een grote vlucht, het werd mogelijk klokken te gieten op een vooraf bepaalde toonhoogte, klokkengieter Geert van Wou speelde hierin een belangrijke rol. In 1479 bestelden de Domheren hun eerste klokken bij Van Wou. Deze klokken zouden vooraf de uurslag automatisch gaan spelen middels een speeltrommel.

In 1505 was de tijd rijp om de 'oude' Domklokken waaronder de Kostverlorenklok te gaan vervangen. Men bestelde een 13-stemmig gelui bij Geert van Wou. Hij zou de klokken in Utrecht komen gieten. De klokken vormen een toonladder en zouden gezamelijk ruim 32.000 kilo gaan wegen. Van deze klokken hangen nog steeds de zes zwaarste in de toren waaronder de grote Salvatorklok van ruim 8000 kilo. Zeven kleine klokken gingen in de 17de eeuw weer verloren omdat ze weinig meer werden gebruikt, ze dienden als betaling in natura voor het huidige Domcarillon dat door de gebroeders Hemony werd vervaardigd. Met de komst van het Hemony-carillon verdwenen ook de klokken van 1479.

Eerder had Geert van Wou in 1505 de Costverlorenklok, de Kruisklok en de Boefklok omgesmolten. Een Mariaklok en een bisschopsklok, beide uit de torenbouwtijd werden in 1505 verkocht aan de Jacobikerk.

Tot 1982 telde de Domtoren zes grote en één kleine luidklok van Geert van Wou, nog steeds het zwaarste gelui van ons land. Bij het zesde eeuwfeest van de toren werd dit gelui weer gecompleteerd met zeven nieuwe klokken. in 1982 ontstond zo een der meest imposante geluien van Europa, uniek is daarbij dat al deze klokken door leden van het Utrechts Klokkenluiders Gilde worden geluid.

Overige bijzonderheden treft U elders aan op de Gilde site.

2016 SvGeuns

 

 

gepubliceerd/gewijzigd 1 april 2015 (server-tijd: 0,0272 s)

 
   
Utrechts Klokkenluiders Gilde contact | email | 06 1292 9894